Freelance

Wet TTA: voordelen van sectorspecifiek minimumtarief voor zzp’ers

ZiPconomy
Wet TTA: voordelen van sectorspecifiek minimumtarief voor zzp’ers

Samenvatting

Minister Aartsen noemt een minimumtarief voor zzp’ers onuitvoerbaar en strijdig met EU-recht, maar Wilmar Dik stelt dat een sectorspecifieke ondergrens wel kan.

Minimumtarief zzp’ers botst in debat

Minister Aartsen reageerde recent op LinkedIn op de vraag waarom er niet gewoon een minimumuurtarief voor zelfstandigen is. In zijn uitleg noemt hij drie bezwaren: het zou lastig uitvoerbaar zijn door verschillen in tariefafspraken zoals uurtarief versus een vaste eindsom, het zou strijdig zijn met EU-recht en het kan volgens hem een enorme marktverstoring veroorzaken. Daarom wijst hij op de Zelfstandigenwet, die volgens hem met duidelijke spelregels een veilige haven moet bieden voor wie nu in onzekerheid zit over werken als zzp’er of met zzp’ers.

Wilmar Dik betwist de stellige conclusie dat een minimumtarief niet kan. Hij haalt daarbij ook het eerdere minimumtarief van minister Koolmees aan, dat in 2020 mede vastliep op administratieve lasten, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. In die opzet moesten zelfstandigen per opdracht directe uren en kosten vastleggen, terwijl opdrachtgevers die gegevens moesten controleren. Dat gold bovendien breed, ook voor zelfstandigen die boven een eventuele ondergrens zouden uitkomen.

Sectorspecifieke tariefondergrens als alternatief

Dik zet daar een andere route tegenover: een tariefondergrens per beroepsgroep. In plaats van één generieke norm pleit hij voor een vooraf bepaalde economische ondergrens op basis van marktgegevens, waaronder een inkomensbasis, gemiddelde bedrijfskosten, noodzakelijke sociale voorzieningen en het gemiddelde aantal declarabele uren binnen een beroepsgroep. Daarmee verschuift de discussie van een algemeen minimumuurtarief naar een sectorspecifieke benadering die volgens Dik wél werkbaar kan worden ingericht.

Lees het volledige artikel
Meer over Freelance →