Samenvatting
Minister Aartsen houdt handhaving schijnzelfstandigheid in 2026 intact en drukt tegelijk het rechtsvermoeden bij laag tarief sneller door.
Handhaving schijnzelfstandigheid blijft staan
Minister Aartsen (Werk & Participatie) wil geen verdere verzachting van het handhavingsbeleid rond schijnzelfstandigheid. In een Kamerdebat wees hij op het risico van een ongewenste zigzagkoers en benadrukte hij dat het kabinet kiest voor rust en duidelijkheid, met risicogericht handhaven door de Belastingdienst.
Doğukan Ergin (DENK) herinnerde de minister aan een breed gesteunde Kamermotie uit december om de zachte landing van de handhaving te verlengen. Aartsen ziet geen reden om het beleid opnieuw aan te passen, mede omdat onderdelen van die motie al in het handhavingsbeleid zijn verwerkt. Zo legt de Belastingdienst ook in 2026 geen verzuimboetes op en start de dienst in beginsel met een bedrijfsbezoek in plaats van een boekenonderzoek.
Rechtsvermoeden en Zelfstandigenwet
Aartsen wil het wetsvoorstel voor het rechtsvermoeden van werknemerschap bij laag tarief snel behandelen en invoeren. Hij zegt dat er breed politiek en maatschappelijk draagvlak voor is. Tempo speelt ook een rol door geld uit het Herstel- en Veerkrachtplan: dat komt in gevaar als niet voor 31 augustus nieuwe wetgeving is gepubliceerd. In dat scenario kan de wet per 1 januari 2027 ingaan.
Met het rechtsvermoeden gaat het kabinet door met het R-deel van de VBAR, maar het VBA-deel laat het kabinet vallen. In plaats daarvan moet de Zelfstandigenwet als sluitstuk volgen; verdere invulling komt volgens Aartsen in een Kamerbrief in april.
Verdiep je kennis
Wat is Business Intelligence? Uitleg, voorbeelden en tools
Wat is business intelligence (BI)? Leer over de definitie, de BI-stack, praktijkvoorbeelden, populaire tools en de trend...
KennisbankData-driven werken — Hoe begin je als organisatie?
Leer hoe je als organisatie data-driven gaat werken. Van data-volwassenheid tot cultuurverandering: een praktisch stappe...