Freelance

Meerwaarde rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief?

ZiPconomy
Meerwaarde rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief?

Samenvatting

Een nota van wijziging schrapt het verduidelijkingsdeel van de WVBAR, waardoor het kabinet nu vooral het rechtsvermoeden bij uurtarief onder €38 overhoudt.

Rechtsvermoeden uurtarief in WVBAR

Het kabinet wil een wettelijk rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst invoeren op basis van een uurtarief. Bij een tarief van ten hoogste €38 per uur geldt dan het vermoeden dat iemand werkt op grond van een arbeidsovereenkomst, met peildatum 1 januari 2026. In de WVBAR is dat na 6 maart 2026 extra zichtbaar geworden, omdat via een nota van wijziging het zogenoemde verduidelijkingsdeel uit het wetsvoorstel is gehaald. Daarmee resteert in de WVBAR volgens Joost van Ladesteijn nog slechts het onderdeel rechtsvermoeden, en staat de vraag centraal wat de meerwaarde daarvan is.

Kritiek op onderbouwing en effect

Van Ladesteijn zet vraagtekens bij de aanleiding die het kabinet noemt: een laag uurtarief zou duiden op beperkte onderhandelingsmacht en op het risico dat iemand zich gedwongen voelt als zelfstandige te werken. De memorie van toelichting verwijst daarbij vooral naar een 15 jaar oud Panteia-rapport. Dat rapport laat juist zien dat een kleine groep respondenten het werken op basis van een overeenkomst van opdracht niet als vrije keuze ziet (9%) en dat 3% ontevreden is, terwijl bij het laagste uurtarief 67% tevreden tot zeer tevreden is. Hij noemt het tariefcriterium daarnaast lastig te rijmen met de rapportbasis: het rechtsvermoeden ligt op €38, terwijl het Panteia-rapport €20 noemt als omslagpunt waarbij opdrachtgevers vooral het tarief bepalen. Ook verwijzingen naar het SER-MLT-advies (2021) en de Commissie Borstlap (2020) leveren in zijn lezing beperkte onderbouwing op.

Lees het volledige artikel
Meer over Freelance →